Verstrengelde wortels
Een perspectief op de grensstad, door Henk Geertsema

Henk Geertsema is gepromoveerd in de andragologie, een specialisme binnen de sociale wetenschappen dat tot doel heeft de volwassen mens bij te staan in de ontwikkeling tot mondigheid, humaniteit en verantwoordelijkheid. Zijn proefschrift ging over de eigenheid van het maatschappelijk werk.

 

Het idee dat sociaal werk een volwaardig beroep is dat professioneel onderwijs vereist ontstond eind 19e eeuw. Belangrijke grondleggers waren de Amerikaanse Jane Addams en Mary Richmond.

Addams was medeoprichter van een van de eerste openbare onderkomens in de Verenigde Staten. Haar voorbeeld was een welzijnshuis voor arme Londenaren dat ook dienstdeed als centrum voor debat en sociale hervorming. Richmond ontwikkelde wetenschappelijke methodes voor maatschappelijk werk in haar boek Sociale Diagnose (1917). De systeemtheorie die populair werd rond 1970, sluit hierop aan.

‘Maatschappelijk en sociaal werk past overheidsbeleid toe, en maakt het op maat. Denk aan armoedebeleid, gezinsbeleid en de emancipatie van minderheden. Maar ook cultureel werk, zoals het begeleiden van immigranten die zich na een herwaardering van hun eigen roots, minder verloren voelen in hun nieuwe omgeving. Van daaruit moeten signalen terug naar de politiek: wat zijn de voor- en nadelen van de gekozen aanpak? 

 

Genoemde werkvormen kun je op verschillende niveaus indelen:

 

1 microniveau, gericht op individuen en hun gezinsleden.

2 mesoniveau, gericht op buurten, gemeenschappen en andere groepen

3 macroniveau, gericht op de politiek en de maatschappij als geheel

 

Sociaal werk en maatschappelijk werk groeiden uit elkaar

 

Na de Tweede Wereldoorlog zien we een kentering in de samenhang tussen het werken op micro- en mesoniveau. In Amerika kwam een stroom van denkers op die uitgingen van ‘One man, one vote’. Individualisme zou nazisme en andere totalitaire ideologieën kunnen voorkomen, hoopten zij.

 

Kamphuis, een bekende opbouwwerker in het naoorlogse Nederland, vloog op uitnodiging van de Verenigde Staten de oceaan over om te leren hoe de opvatting One man, one votekon worden vertaald in sociaal werk. Onder invloed van de Amerikaanse manier van denken meende Kamphuis dat beide beroepsgroepen beter uit de verf kwamen als ze zich zelfstandig verder zouden ontwikkelen. Maatschappelijk werk en opbouwwerk kwamen uit elkaar te liggen. Die twee benaderingen proberen we nu juist weer bij elkaar te krijgen.

Overeenkomsten

 

Beide werkvormen kennen ook veel overeenkomsten. Het mensbeeld van sociaal werkers is steeds hetzelfde: ieder mens is psychologisch en sociologisch gezien een mens-in-relatie-tot-anderen. Dit inzicht raakt ook aan zingeving, economische en culturele aspecten: het materiële en het immateriële zijn met elkaar verweven. De twee soorten sociaal werk streven ook vergelijkbare doelen na: armoedebestrijding, emancipatie en cultuurvorming. Ook de waarden die hieraan ten grondslag liggen, zijn vaak hetzelfde. Denk aan uniciteit, gelijkwaardigheid en sociale gerechtigheid.

Conclusie

De inhoudelijke samenhang in het sociaal werk kent historisch gezien 6 elementen die steeds terugkeren: 

Waarden, mensbeeld en doelen van het sociaal werk hebben onderling invloed op elkaar. Van daaruit krijgt het sociaal werk vorm. Hoe dat concreet eruitziet, heeft te maken met drie andere elementen: de opleiding tot professional, de organisatie waarbinnen de professionals werken en de politieke context.

Een langer verslag van deze presentatie kunt u downloaden in de pdf Verstrengelde Wortels.

Werkconferentie Welzijn en Samenleving

Vrijdag 2 november bezochten plusminus 200 mensen de werkconferentie Welzijn en Samenleving.

november, 2018

In het nieuws

© LOO-SW